bestel nu Een veld voor de helft
Een veld voor de helft
Het beschikbaar zijn van adequate sportaccommodaties is een belangrijke voorwaarde voor veel vormen van sportbeoefening. Sportaccommodaties zijn echter kostbare voorzieningen. Ze vormen een belangrijke uitgavenpost voor gemeenten, maar ook voor sportverenigingen. Niet alleen de bouw van accommodaties maar ook de exploitatie ervan vraagt vanwege de niet kostendekkende tarieven om gemeentelijke financiering. Tarieven van sportaccommodaties vormen hiermee een financieel beleidsinstrument voor gemeenten, dat in tijden van recessie en bezuinigingen extra aandacht krijgt.
Om meer zicht te krijgen op de samenstelling van tarieven en subsidies en de verschillen hierin tussen gemeenten, hebben de gemeenten ‘s-Hertogenbosch, Eindhoven, Tilburg en Breda het W.J.H. Mulier Instituut opdracht gegeven om een tarieven- en subsidievergelijking uit te voeren. Het Mulier Instituut heeft in samenwerking met Andres cs uitvoering gegeven aan dit onderzoek. In overleg met de gemeenten is gekomen tot gemeenschappelijke goed te vergelijken indicatoren en een rapportage op vier onderdelen: (1) aanwezigheid en gebruik van accommodaties, (2) tarieven, (3) subsidies en (4) de kosten van sportaccommodaties.
Het onderzoek heeft inzichten opgeleverd die kunnen bijdragen aan een discussie over het herijken van tarieven en subsidies. Zo is geconcludeerd dat de tarieven bij de onderzochte gemeenten historisch gegroeid zijn. Ze zijn bovendien niet (meer) gekoppeld aan de huidige werkelijke kosten en worden niet optimaal ingezet als sturingsinstrument voor het beleid. Tussen gemeenten bestaan verschillen in tarieven evenals in wat wel en niet is inbegrepen in de huurprijs. Gemiddeld genomen betalen verenigingen ongeveer de helft van de werkelijke kosten van een sportaccommodatie. Buitensportverenigingen hoeven in mindere mate dan binnensportverenigingen bij te dragen in de kosten van de sportaccommodatie en kennen mede hierdoor lagere accommodatiekosten per lid.
Doelgroepsubsidies voor verenigingen zijn relatief beperkt in omvang in vergelijking met de indirecte subsidie middels sociale tarieven van gemeenten. Tevens lijken deze subsidies weinig sturende waarde te hebben doordat de gelden veelal worden toegekend per jeugdlid en geen extra inspanning van een vereniging vereisen. Hierdoor zijn vraagtekens te plaatsen bij de meerwaarde van doelgroepsubsidies die gemeenten verstrekken aan verenigingen. Dit rapport biedt hiermee aanknopingspunten voor gemeenten die zich afvragen hoe het subsidie- en tarievenbeleid nadrukkelijker kan worden ingezet als beleidsinstrument.
| Auteurs: |
Remco Hoekman, David Romijn en Ton Rutten |
| Prijs: |
€ 13,25 incl. btw / € 12,50 excl. btw |
|
Genoemde prijzen zijn exclusief
verzend- en administratiekosten. |
| ISBN: |
978-90-5472-159-8 |
| Omvang: |
60 pagina’s |